Co-creatie van goede zorg (Mariël Kanne)

Naam
Handelingsgerichte methodiekenIntroductieReflectieve methodieken
Methode in de kijker
CatalogusOrganisatie in de kijker
Klik op de links om door de digitale werktuigkist ethisch overleg te bladeren.
De versiegeschiedenis vind je via deze link.
Naam

(Co-creatie van goede zorg.) Eigenlijk heeft deze methodiek geen naam. Ze is gepubliceerd in het proefscrhift Co-creatie van goede zorg en werd gebruikt als methodiek binnen een empirisch onderzoek over moreel beraad.

Ontwikkeld door

Mariël Kanne

Wat?

Methodiek ontwikkeld in het kader van haar doctoraatsonderzoek. Ze heeft daarvoor een eigen methode ontwikkeld. Ze wilde in haar onderzoek met één methode werken omwille van de vergelijkbaarheid van de resultaten. Bovendien is de methode ontwikkeld om te vermijden dat de respondenten extra scholing nodig zouden hebben alvorens aan het onderzoek deel te nemen.

Fasen
  1. Wat is er aan de hand? De inbrenger verteld, de anderen stellen open vragen.
  2. Waardoor ben je geraakt? Alle deelnemers vertellen wat hen raakt in deze casus. Emoties zijn belangrijk in ethiek, ze hebben een signaalfunctie, maar ze moeten wel aangevuld worden met kritische redeneervaardigheden.
  3. Formuleer het dilemma. Alle deelnemers formuleren samen het dilemma van de inbrenger. Denk aan waarden, normen, belangen. Dit is ontleend aan de dilemmamethode: kenmerkend daaraan is ook ruimte voor het tragische in het leven. In de zorg wordt men vaak geconfronteerd met onoplosbaarheden. Het probleem als dilemma formuleren dwingt de deelnemers ook tot focussen.
  4. Verwoorden van eerdere ervaringen. De inbrenger vertelt eerst: heb je dit eerder al meegemaakt? Wat heb je toen gedaan? De andere deelnemers mogen ook ervaringen inbrengen. Deze stap lijkt veel op casuistry.
  5. Andere perspectieven inbrengen. De inbrenger vertelt, de anderen stellen open vragen. Denk aan perspectief van de cliënt, familie, de organisatie, evt. andere relevante betrokkenen. De deelnemers leren zich te verplaatsen in het perspectief van de ander.
  6. Wat zijn de mogelijkheden? Alle deelnemers denken mee over de handelingsalternatieven, maak een keuze en onderbouw die.
  7. Nakaarten (inhoudelijke bespreking): de inbrenger vertelt, daarna de andere deelnemers: hoe kijken ze nu tegen de situatie aan, wat heeft het gesprek opgeleverd?
  8. Evalueren (procesevaluatie): hoe verliep het gesprek, wat ging goed, wat kan beter? Hoe was het voor de gespreksleider, hoe voor de notulist, zijn er evaluatie en verbeterpunten.
  9. Uitvoering: is de keuze uitgevoerd? Zo ja: hoe pakte het uit, wat wat het resultaat, zo neen: waarom?
Bronvermelding

Kanne Mariël (2016), Co-creatie van goede zorg. Ethische vragen, moreel beraad en normatieve professionalisering in de zorg en het sociaal werk, Proefschrift, Delft: Eburon, p. 248 -252

Opleidingen

Niet van toepassing

Documenten

Niet van toepassing