CEST 1 UVC2 Brugmann
Een ziekenhuis dient te beschikken over een ethisch comité. Oorspronkelijk hadden die comités drie taken:
- Beoordelen van wetenschappelijke onderzoeken waarbij patiënten als proefpersoon worden gebruikt (zgn. “Trials”), bv. om nieuwe medicatie uit te testen.
- Opstellen van richtlijnen en protocollen die op de behandelingen in het ziekenhuis worden toegepast.
- Ondersteuning van het werkveld rond concrete casuïstiek.
Maar in 2000 werd een arrest van het arbitragehof geveld waarin de derde taak werd opgeheven. In een aantal ziekenhuizen werd daarom een aparte structuur opgezet om concrete casuïstiek te bespreken. In zekere zin ontstond er daardoor een ethiekontwikkeling in twee richtingen:
- Het ethisch comité werkt van top naar basis, door het ontwikkelen van richtlijnen en protocols.
- Daarnaast ontstaat er een parallelle structuur die vertrekt van casusbesprekingen en vooral aan de basis van de voorziening gesprekken rond ethische problemen voert.

Dit leidde in het Brugmann ziekenhuis tot de oprichting van het CEST (Clinical Ethics Support Team). Dit team bestaat uit professionele medewerkers van het ziekenhuis die zich vrijwillig aanmelden. Alle professionals kunnen zich kandidaat stellen, maar ze krijgen slechts een tijdelijk mandaat, omdat men wil men garanderen dat er met een open geest over de aangeboden casuïstiek wordt geoordeeld, op een democratische manier en een geest van pluralisme. Om de werking van het te verzekeren is er een vaste coördinator. Alle leden krijgen een opleiding en moeten een handvest van betrokkenheid en vertrouwelijkheid ondertekenen. De gesprekken in het CEST verlopen niet via hiërarchische lijnen: ieder lid heeft een gelijkwaardige inbreng. De filosofische achtergrond van het CEST vertrekt vanuit de ideeën van de discoursethiek van Jürgen Habermas en Karl-Otto Apel. Dit is een bewuste keuze: volgens de discoursethiek gaat er achter elke morele beslissing een zekere rationaliteit schuil en moet men ernaar streven om morele beslissingen te nemen in consensus onder alle betrokkenen.
Een zorgteam dat vastzit met een bepaalde casus kan het CEST inschakelen, op voorwaarde dat binnen het team, de beschikbare middelen uitgeprobeerd werden. Het CEST komt dus pas in tweede instantie tussen. De procedure verloopt in drie fasen.
- Beschrijven van de casus. Na ontvangst van het verzoek, toetst het CEST eerst of de situatie voldoet aan de criteria voor tussenkomst. Daarna organiseren twee leden (zgn. facilitators) van het CEST een samenkomst met de verschillende betrokken partijen. Deze twee leden worden elk kwartaal aangeduid en bestaan telkens uit enerzijds een arts of verpleegkundige en anderzijds een ander professional. Zij vergaderen met alle betrokkenen (team, patiënt, familie, arts, …) om een duidelijk beeld van de situatie te krijgen. Het is de bedoeling om inzicht te krijgen in de standpunten van alle betrokkenen. Na deze gesprekken, stellen de twee facilitators een verslag op, dat zo neutraal mogelijk is. Dat verslag omvat niet alleen de medische aspecten, maar ook de levensomstandigheden van de patiënt, diens persoonlijkheid, diens behoeften en noden, diens sociale situatie enz. Dat verslag wordt naar de leden van het CEST gestuurd.
- Daarna wordt het verslag besproken op het CEST. Ook de leden van het verzoekende team kunnen aanwezig zijn.
- Het verslag van de facilitators wordt voorgesteld. Daarna mogen de aanwezigen hun spontane reacties en oordelen geven. Op die manier kan men dus ook de subjectieve gevoelens in de bespreking betrekken.
- Daarna wordt de groep wordt opgedeeld in drie subgroepen. Die moeten elk drie scenario’s voorstellen om de situatie aan te pakken. Bij elk scenario moeten ze aangeven welke waarden er voor hen op het spel staan en wat de gevolgen zijn voor de patiënt, zijn naasten, de professionals en het ziekenhuis en/of de maatschappij. Deze scenario’s worden voorgesteld vanuit een vast kader gebaseerd op de vier principes van de principe-ethiek: weldoen, niet-schaden, autonomie en rechtvaardigheid.
- Er wordt nagegaan welke middelen er nodig zijn om deze scenario’s uit te werken.
- De deelnemers formuleren welke de belangrijkste ethische vraag is, waarop hun scenario’s gebaseerd zijn.
- De scenario’s worden daarna gedeeld met de volledige groep.
De facilitators trekken met de resultaten naar het betrokken zorgteam en vatten mondeling samen wat er tijdens de CEST-vergadering besproken werd. De verschillende opties worden toegelicht, de ethische grondslag ervan, eventuele meningsverschillen, de nodige middelen, de eventuele te verwachten moeilijkheden en de manieren om met deze moeilijkheden om te gaan. Het CEST streeft in zijn advies niet perse naar een consensus. Uiteraard kan er een consensus worden bereikt, maar dat is niet noodzakelijk. Dit is een gevolg van de horizontaal democratische en pluralistische visie achter deze methodiek. Daarna kan het team terug zelf aan de slag om zijn denkproces verder te zetten. Het CEST heeft dus enkel een adviserende rol, uiteindelijk beslist het zorgteam autonoom welke besluiten er genomen worden.
Schema

Bronnen
Hélin V., Locoge T. & Meuris C. (2024), Het ‘Clinical Ethics Support Team’ van het Brugmann-ziekenhuis, in Tijdschrift voor geneeskunde en gezondheidszorg, nr. 80 p. 409-414
id. (2023), Clinical ethics support team (CEST), presentatie voor het postgraduaat ethiekbegeleider in zorg en welzijn, 20p.
